De rol van de arts bij euthanasie

Euthanasie: in gesprek met uw arts

De Nederlandse wet staat euthanasie onder strikte voorwaarden toe. Wat zijn die voorwaarden? En hoe maakt u dit bespreekbaar?

In Nederland is euthanasie onder strikte voorwaarden toegestaan, namelijk als deze voldoet aan de Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL). In de EuthanasieCode 2026 beschrijven de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) nauwkeurig de randvoorwaarden voor het zorgvuldig en juridisch juist handelen van een arts bij euthanasie.

Een arts is verplicht een uitgevoerde euthanasie ter toetsing te melden bij de RTE. De RTE baseren zich, behalve op de wet, ook op de rechtspraak en op de normen die voortkomen uit de oordelen die de RTE de afgelopen ruim twintig jaar hebben uitgesproken.

Het is belangrijk om tijdig met uw arts over uw wensen te praten. Hieronder vindt u een samenvatting van de voorwaarden uit de Euthanasiecode, die belangrijke aandachtspunten kunnen zijn voor het gesprek met uw arts.

  1. Vrijwillig en weloverwogen verzoek
    De arts moet zeker weten dat de patiënt vrijwillig en weloverwogen om euthanasie vraagt. Het verzoek moet door de patiënt zelf worden gedaan, mondeling of schriftelijk, bijvoorbeeld in een wilsverklaring.
    Als iemand door een aandoening niet meer goed kan spreken, kunnen onder omstandigheden duidelijke non-verbale signalen, zoals ja of nee knikken, voldoende zijn.
  2. Uitzichtloos en ondraaglijk lijden
    De arts moet ervan overtuigd zijn dat de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. Dit kan bijvoorbeeld komen door ernstige pijn, extreme vermoeidheid, verlies van perspectief of angst voor verdere achteruitgang. Dit lijden moet een medische oorzaak hebben, lichamelijk of psychiatrisch. Het hoeft geen direct levensbedreigende aandoening te zijn. Het kan ook gaan om dementie, of om een stapeling van ouderdomsklachten. In het laatste geval is sprake van een combinatie van onomkeerbare medische en niet-medische problemen die samen het leven voor patiënt ondraaglijk maken. Moe zijn van het leven of een ‘voltooid’ leven, vallen hierbuiten.
    De ondraaglijkheid van het lijden moet voor de arts invoelbaar en begrijpelijk zijn. De arts kijkt daarbij naar de persoonlijke situatie van de patiënt, zijn levens- en ziektegeschiedenis, persoonlijkheid, waarden en normen, en zijn fysieke en mentale draagkracht.
  3. Wilsbekwaam
    De arts moet vaststellen dat de patiënt wilsbekwaam is. Dit betekent dat de patiënt begrijpt wat zijn situatie is, welke keuzes hij heeft en wat de gevolgen zijn van zijn beslissing. Als er een schriftelijke wilsverklaring is, hoeft de patiënt op het moment van uitvoering van de euthanasie niet wilsbekwaam te zijn. De verklaring moet dan wel duidelijk, geldig en van toepassing zijn op de situatie.
  4. Geen redelijke andere oplossing
    Euthanasie mag alleen worden uitgevoerd als er geen andere, redelijke manier is om het lijden te verlichten. Een patiënt mag altijd een behandeling weigeren, maar wanneer die behandeling het lijden wél kan verminderen, kan dit een euthanasieverzoek blokkeren. Een uitzondering geldt wanneer de nadelen van de behandeling voor de patiënt zwaarder wegen dan de voordelen. Dit moet dan onderbouwd worden.
    Het weigeren van palliatieve sedatie staat euthanasie niet in de weg.
  5. Beoordeling door een tweede, onafhankelijke arts
    De arts moet altijd een tweede, onafhankelijke arts inschakelen, meestal een SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Deze arts toetst of het besluitvormingsproces volgens de wettelijke eisen is verlopen.
    Bij psychisch of psychiatrisch lijden zijn de voorwaarden strenger en wordt extra kritisch gekeken naar diagnose, behandeling en alternatieven.
  6. Uitvoering van euthanasie of hulp bij zelfdoding
    Euthanasie wordt altijd uitgevoerd door een arts, volgens de richtlijnen van de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst). De arts dient de benodigde middelen toe via een ingebracht infuus.
    Als u kiest voor hulp bij zelfdoding krijgt u een (bitter) drankje dat u zelf opdrinkt. Het stervensproces kan dan iets langer duren.

Euthanasie is geen recht

Een arts is niet verplicht om op een euthanasieverzoek in te gaan. Het is een verzoek, geen recht op uitvoering. Het is wel belangrijk dat een arts op tijd en openlijk aangeeft als hij principiële of professionele bezwaren heeft tegen uitvoering van euthanasie. Dit hoort aan bod te komen tijdens gesprekken over een wilsverklaring of een niet-behandelverklaring, maar ook als iemand geen wilsverklaring heeft en ernstig ziek wordt.
Een arts mag altijd met een patiënt praten over diens wens zelf het leven te beëindigen en mag desgevraagd ook informatie geven, zolang dit binnen de professionele en wettelijke kaders gebeurt.