Wim is dood. Foei Wim!

Door Ton Vink
Met het aantreden van het huidige kabinet is de strijd tegen het individu en diens zelfbeschikking een nieuwe fase ingegaan. ‘Samen’ is het sleutelwoord. Samen leven, samen werken en samen sterven. Enig besef van wat ‘samen’ zoal aangericht heeft en nog steeds aanricht, lijkt te ontbreken. Het individu is de grote boosdoener. Maar geheel tegen de zin van het kabinet gaat de discussie over eigen beslissingen rond het eigen levenseinde onverminderd verder. Ik bespaar de lezer de theorie, waarvoor ik naar mijn zojuist verschenen boek Wordt Vervolgd. Zelfbeschikking onder druk (Damon, 2008) verwijs, en laat de praktijk spreken.

Eind 2006 beëindigde Wim, 93 jaar oud, zijn leven. In 2002 was ik met hem te gast in een uitzending van Zembla. Enkele jaren daarvoor, Wim was toen 86 jaar, had hij contact met mij gezocht. Een gestudeerd man met een rijk en af en toe zeer enerverend leven. Zeker niet van plan op korte termijn te sterven, voorzover hij daarover zelf iets in te brengen had (daar was hij realistisch over), maar beslist ook niet bang voor zijn sterven. Wim hechtte er zeer aan de beslissingen rond zijn levenseinde naar vermogen in eigen hand te krijgen. Het begrip zelfbeschikking had voor hem niet de afschrikwekkende betekenis die het voor zo velen kennelijk heeft. Hij was zich daarbij terdege bewust van opvattingen als die van Paul Lieverse c.s. (Volkskrant Forum 31/3) op grond waarvan zijn individuele waardigheid geofferd moest worden aan een algemene waardigheid ‘inherent aan het mens-zijn’. En nee, hij had ook geen belangstelling voor de ‘wettelijke bescherming tegen externe druk’ waar het Commentaar van de Volkskrantredactie over spreekt en op grond waarvan anderen hem eveneens zouden willen opleggen verder te leven.

We hebben daar onze gesprekken over gevoerd en we bleken duidelijk ‘op dezelfde golflengte te zitten’. Al spoedig – Wim reisde nog veel en vaak – beschikte hij over de juiste medicijnen die hij voor een eventueel zelfgekozen levenseinde nodig zou hebben. Wim was een typisch ‘Drion-geval’, iemand die een grote geruststelling ontleende aan het bezit van de spreekwoordelijke ‘pil van Drion’ en rustig verder leefde.

In de jaren die daarna volgden hebben we steeds contact gehouden. Natuurlijk werd hij ouder. Zijn vrienden vielen weg. Zijn mogelijkheden werden beperkter. Fysieke problemen die er waren verergerden langzaam. Maar toch bood het leven hem nog voldoende. Zoals dat soms gaat met ouderdom ging die met een toenemende rust gepaard. Een van de weinige dingen waar hij zich nog ongegeneerd kwaad over kon maken, waren standpunten zoals geventileerd door Lieverse c.s. op grond waarvan artsen over mensen zoals hij wel uit meenden te kunnen maken of ‘ze nog enkele jaren of maanden een zinvol leven kunnen leiden’. De termen waarin Wim daarover met mij sprak zijn niet geschikt voor een nette krant.

Zo verstreken zo’n zeven jaar totdat Wim in 2006 tijdens een van onze contacten liet weten dat de uitvoering van zijn voornemen voor hem nu heel dichtbij gekomen was. Het risico om in verkeerde handen te vallen – want zo zag hij dat nadrukkelijk; en niet ten onrechte, zo blijkt – werd hem te groot. Hij zocht een geschikt moment, rekeninghoudend met de belangen van kinderen en kleinkinderen. Hij wilde zijn stap bijvoorbeeld niet te dicht bij de verjaardag van een kleinkind zetten. Hij was zeer op haar gesteld en wilde haar verjaardag niet met de herinnering aan zijn overlijden belasten. Ik heb hem nog eens opgezocht om alles goed door te nemen. Eind 2006 heeft Wim, 93 jaar oud, in het bijzijn van zijn kinderen, rustig in zijn eigen bed, onder eigen regie, zijn laatste adem uitgeblazen. Wim was een uitgesproken verdediger van zijn recht om in deze zaken zelf te beschikken. Ik bericht over hem met zijn instemming als een postuum tegenwicht tegen een opnieuw opkomend paternalisme.

9 april 2008