Stichting De Einder

op humanistische grondslag

Ton Vink: WOZZ-informatie over zorgvuldige zelfdoding

Ton Vink: WOZZ-informatie over zorgvuldige zelfdoding

2 april 2008 | Nieuws

Iets vroeger dan gepland ontstond er commotie over de herziene uitgave van wat onder de counselors die met stichting De Einder samenwerken bekend staat als de WOZZ-Wijzer, een uitgave van de stichting Wetenschappelijk Onderzoek naar Zorgvuldige Zelfdoding (WOZZ).
De eerste druk van het boek droeg de titel Informatie over humane zelfdoding (2003). Er volgde een tweede herziene Engelstalige editie Guide to a humane self-chosen death (2006) en nu dan een derde (de tweede Nederlandstalige) druk, ook herzien, onder de titel Informatie over zorgvuldige levensbeëindiging.

Pers en publiciteit
In de Volkskrant (22/3/8) werd het verschijnen van het boek aangekondigd onder de kop “Zelfdodingsgids in de vrije verkoop”; de NRC maakte er diezelfde dag van “Gids met adviezen voor zelfdoding”. Daarmee bracht de NRC dus eigenlijk oud nieuws en legde de Volkskrant de vinger op een precaire nieuwigheid. Andere kranten volgden, geheel volgens het karakter van de krant in kwestie.
Voor ik het over het boek zelf ga hebben, nog eerst iets over de berichtgeving en publiciteit.
De Volkskrant suggereert in haar berichtgeving een verband tussen het verdwijnen van het Schotse Boekje van de NVVE en deze nieuwe WOZZ-Wijzer. Daarvan is geen sprake. Een kritische opmerking is hier op haar plaats. Bij het verschijnen van de WOZZ-Wijzer in 2003 heeft stichting De Einder haar informatieverstrekking aangepast aan deze op dat moment meest verantwoord informerende bron. De NVVE daarentegen is tot 2008 bewust gebruik blijven maken van het Schotse Boekje. Aan de Volkskrant laat de NVVE weten dat zij “al langer ontevreden was over de gedateerde informatie uit het vijftien jaar oude boekje”. Hoe sympathiek de NVVE mij verder ook is, dit had niet mogen gebeuren, jarenlang gedateerde informatie verschaffen. Ook nu verdwijnt het Schotse Boekje alleen onder externe druk.
In januari 2007 ben ik vrijgesproken van vermeende overtreding van art. 294 Sr (hulp bij zelfdoding). Die uitspraak is niet overal onopgemerkt gebleven. In die uitspraak was de WOZZ-Wijzer, ook voor de rechters van de meervoudige strafkamer, toetssteen voor de te verstrekken informatie. Dat is belangrijk. Die uitspraak maakt dan ook het verschijnen van deze, nu vrij verkrijgbare(!), herziene druk van de WOZZ-Wijzer mede mogelijk. Het Schotse Boekje heeft daar niets mee te maken.

Zelfbeschikking?
Menigeen zal de uitzending van Pauw & Witteman hebben gezien (24/3), waarin ook Boudewijn Chabot, een van de auteurs van de WOZZ-Wijzer, aanwezig was. Het was een rustige, wat brave uitzending waarin ondanks de aanwezigheid van naast Chabot ook nog VVD-leider Mark Rutte, het woord zelfbeschikking niet één keer viel. Dat is een prestatie.
Het is met zelfbeschikking net als met hypotheekrenteaftrek. Alleen al bij de gedachte dat ze het woord zouden uitspreken worden mensen onrustig. Dat is bepaald verbazingwekkend want niet alleen hoort het een dragend principe van de liberale politiek te zijn, het ligt bovendien ten grondslag aan het beschikbaar stellen van de informatie van de WOZZ-Wijzer.
Deze in zekere zin krampachtige vermijding van waar het wezenlijk om gaat is ook terug te vinden in de titel van deze nieuwe editie van de WOZZ-Wijzer. Dat het begrip zelfdoding uit de titel verdwijnt is wellicht te verantwoorden doordat er uitgebreid aandacht wordt besteed aan de levensbeëindigende methode van stoppen met eten en drinken (SED). Maar een titel als Informatie over een humaan zelfgekozen levenseinde had de zaak meer recht gedaan. Ik hoop tenminste dat we het over een eigen keuze hebben. Over zelfbeschikking dus. In de tekst zelf van het boek komt het begrip zelfdoding natuurlijk voortdurend voor. Het woord zelfbeschikking komt twee maal voor.

Wie de website van de WOZZ aanklikt (www.wozz.nl) komt daar als allereerste de, om bovenstaande reden onjuiste, mededeling tegen: “Nog niet eerder is in enig land een boek uitgebracht met wetenschappelijk onderbouwde informatie over methoden voor een zorgvuldige levensbeëindiging”. Ik heb, om slechts een voorbeeld te geven, voor mij liggen een boek van de Belgische hoogleraar Wim Distelmans Een waardig levenseinde met daarin allerlei “wetenschappelijk onderbouwde informatie over methoden voor een zorgvuldige levensbeëindiging”. Het verschil is uiteraard dat de informatie van de WOZZ-Wijzer bedoeld is voor personen die er voor kiezen zelf het eigen leven te beëindigen. Een zelfgekozen dood dus. Zelf beschikkend. Er is geen reden om daar niet duidelijker over te zijn.
En zo luidt ook de allereerste regel van het boek: “Dit boek is geschreven voor iedereen die in de praktijk van alledag betrokken is bij een humaan levenseinde”. Het eerste exemplaar is dan ook in ontvangst genomen door een opgetogen premier Balkenende. Die gecursiveerde regel – ik haast me dat toe te voegen – staat er natuurlijk niet. Maar eerlijk is eerlijk, het had moeiteloos gekund. Waarom ook hier niet duidelijker?

Vrij verkrijgbaar
Of is er toch een reden voor al die omtrekkende bewegingen? Dat zou zo maar kunnen. Want in de beschikbaarstelling van de informatie van de WOZZ-Wijzer is een belangrijke wijziging gekomen doordat het boek vrij verkrijgbaar is. Dat wil zeggen: iedereen kan het boek bestellen. De benodigde bestelinformatie is te vinden op de website van de WOZZ. Voor de eerste druk gold nog dat het boek alleen kon worden besteld door artsen, de NVVE, Stichting De Einder en organisaties of personen in binnen- en buitenland die zich intensief bezighouden met humane zelfdoding. “Want deze informatie” zo luidde het toen nog, “kan beter niet direct toegankelijk zijn voor mensen met een impulsieve doodswens”.
Daar komt men nu van terug, en in mijn ogen niet zonder goede reden, want deze tweede druk is allesbehalve een handleiding voor “hoe maak ik mijzelf zo snel mogelijk dood zonder daar verder bij na te denken”. Het is een degelijke publicatie die van de lezer een zekere zorg bij het lezen verwacht waarbij impulsiviteit weinig ruimte krijgt.
Bovendien is het aantal impulsieve zelfdodingen (zelfmoorden, zo u wilt) al jaren vrijwel stabiel. Het lijkt weinig beïnvloed te worden door de pogingen het omlaag te krijgen of gebeurtenissen die het omhoog zouden brengen.

Bij de verschijning van de eerste druk van de WOZZ-Wijzer werden er kamervragen gesteld in een poging het boek te kunnen verbieden. In deze tweede druk verwijzen de auteurs daarnaar en gaan ervan uit dat de toenmalige antwoorden van de minister ook nu verschijning van het boek zullen beschermen. Op p.116/117 verwijzen de auteurs naar die antwoorden. Maar dat gebeurt enigszins selectief. Men laat achterwege het deel van het ministeriële antwoord waarin gezegd wordt “In het boek (…) worden artsen en andere hulpverleners geïnformeerd…(…) Het boek is niet verkrijgbaar in de boekhandel en dus niet voor iedereen beschikbaar.”
Welnu, hier ligt een verschil, want ook de tweede druk is niet verkrijgbaar in de boekhandel maar wél voor iedereen beschikbaar. Dit zou nog een interessante en principiële discussie kunnen opleveren over de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers, principes die net zo belangrijk zijn als dat van onze zelfbeschikking. Maar het is dan natuurlijk wel noodzakelijk om voor die principes uit te komen.

Zorgvuldig
Het boek wordt zorgvuldig ingeleid. Na hoofdstuk één is alle impulsiviteit bij de lezer verdwenen; dat is niet onvriendelijk bedoeld, het illustreert de zorgvuldigheid. Hoofdstuk twee bespreekt uitgebreid het zelfgekozen levenseinde door bewust te stoppen met eten en drinken. Hoofdstukken drie en vier bespreken de zelfdoding door een combinatie van medicijnen. Hoofdstuk vijf gaat ook de grens over met ervaringen van artsen in het buitenland. Hoofdstuk zes bespreekt de juridische situatie in Nederland en hoofdstuk zeven bevat de eerder gepubliceerde tekst Euthanasie voor beginners. Tien suggesties voor een euthanasieverzoek, een aardige en informatie tekst in de trant van “euthanasie voor dummies” . Een bijlage bespreekt methodes die af te raden zijn. En er is een uitgebreide tabel met de namen en stofnamen van diverse medicijnen.

Kritiek
Er is op details zeker ook kritiek op de inhoud mogelijk. Die kritiek is niet op alle punten voor iedereen interessant, dus ik beperk me tot enkele punten die van algemene interesse zullen zijn.

Voor veel mensen is de verkrijgbaarheid van geschikte medicijnen een heikele kwestie. De auteurs bespreken dat ook, inclusief de diverse in de praktijk met succes bewandelde wegen, maar voegen daar vervolgens de voor mij onbegrijpelijke mededeling aan toe “De auteurs van dit boek en de Stichting WOZZ bevelen die wegen niet aan.” (p.78). Is dat om zich juridisch in te dekken? Roomser te zijn dan de paus? Ik zou zeggen, laat zo’n opmerking dan weg. Als je in deze heel belangrijke kwestie uitgebreid de mogelijkheden om hierin met succes te voorzien bespreekt, staat het wat vreemd om te zeggen dat je het vervolgens “niet aanbeveelt”. Wat zou de lezer dán moeten?

In diezelfde bespreking wordt in dat verband (p. 81) verwezen naar schrijfster Karin Spaink die in de jaren voor 2000 probeerde aan het middel dextropropoxyfeen te komen en daar allerlei moeilijkheden bij ondervond . Dat is, als ik het zo zeggen mag, vrij oudbakken informatie die echt achterhaald is.

Er worden (p. 90) enkele praktijkgevallen besproken en daar blijkt een m.i. ernstig tekort waar de WOZZ op zo kort mogelijke termijn iets aan zou moeten doen. Er wordt namelijk een casus besproken waarin de zelfdoder exact conform de informatie van de WOZZ-Wijzer 2003 handelde en waarvan de, nu herziene, WOZZ-Wijzer 2008 stelt dat er “een riskant lage dosering” werd gebruikt. Daarmee desavoueert men natuurlijk de eerder verstrekte informatie (en maakt verwijten aan de overledene die echter precies conform de informatie handelde). Dat is misschien nog tot daar aan toe want de nieuwe druk geeft nu dus een meer verantwoorde dosering, maar – en dat is veel belangrijker – de nog steeds verkrijgbare Engelse editie bevat nog altijd diezelfde oude informatie (p. 49; p. 52) die nu dus als “riskant” wordt omschreven. (Inmiddels is levering van de bewuste Engelse editie stopgezet).

Juridisch
In hoofdstuk zes wordt de juridische situatie besproken, zoals die momenteel in ons land bestaat. Er is een korte bespreking van diverse rechtszaken, met als besluit: “Zij geven geen duidelijkheid aan familieleden en vrienden die een dierbare niet in eenzaamheid willen laten sterven, over wat zij wel of niet mogen doen wanneer zij aanwezig zijn bij de zelfdoding van iemand die de zelfdoding in overleg met naasten zorgvuldig heeft voorbereid en vervolgens tot de uitvoering overgaat.”(p. 118). De diverse besproken rechtszaken waren immers steeds gericht tegen aanwezige of betrokken hulpverleners .
Welnu, niet alleen is er wel degelijk voor de rechtbank ’s-Hertogenbosch een rechtszaak tegen een bij een zelfdoding aanwezige vriend gevoerd , maar ook in andere zaken (Muns; Vink) geven de verhoren van aanwezige familie en/of vrienden (soms gehoord als getuige, Muns; soms als verdachte, Vink) nadere informatie over wat familie en vrienden te wachten staat of zou kunnen staan. Dat hier weinig echt zeker is, is echter zeker.

In de paragraaf “Bakens in niemandsland” wordt vervolgens geprobeerd – “noodzakelijkerwijs voorlopig” – iets te zeggen over de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden voor familie en vrienden. Mijn ervaring, ook op grond van contacten met familie na afloop van een zelfgekozen dood waarbij intimi aanwezig waren, geeft mij de sterke indruk dat de auteurs hier wel eens wat erg optimistisch zouden kunnen zijn. Zo zeggen zij: “Wij weten het niet maar wij vermoeden dat voorbereidende handelingen in de kring intimi niet onder strafbare hulp vallen, mits de aanwezigen beseffen dat zij deze handelingen niet moeten overnemen.”
Met dat laatste wordt bedoeld dat de regie bij de zelfdoder moet blijven berusten. Wanneer echter intimi onder regie van de zelfdoder handelingen zouden verrichten die, zoals hier gesteld, bijdragen tot de zelfdoding, zou ik hen als counselor toch in algemene zin informeren over hoe verstandig het misschien wel is om de Officier van Justitie hiervan onkundig te laten. Dat alles doet overigens niets af aan de moeilijke situatie waarin personen kunnen verkeren die zo belemmerd en beperkt zijn in hun mogelijkheden dat zij bepaalde handelingen niet kúnnen verrichten.

Begeleiding
Het is nauwelijks een punt van discussie dat deze WOZZ-Wijzer in een behoefte voorziet. Betrouwbare informatie, getoetst door deskundigen, is, gegeven de ernst van de zaak, in feite een vereiste. De lat mag en moet hier hoog liggen. Dat geldt uiteraard ook voor de WOZZ en haar publicaties zelf. In dat kader moet de bovenstaande bespreking en de daarin vervatte kritiek ook geplaatst worden.
De website van de WOZZ bevat voldoende verwijzingen naar diverse stichtingen en verenigingen waar degene die de WOZZ-Wijzer besteld heeft, zonodig terecht kan voor gesprekken en verdere begeleiding. De behoefte daaraan en het belang daarvan zal door de WOZZ-Wijzer niet verdwijnen, misschien zelfs eerder toenemen.